Ze gaan enkele meters van elkaar staan en trappen de bal over het grasveldje naar elkaar toe. Rico laat de bal nog wel eens tussen zijn poten door glippen. En daar moet Oskar erg om lachen.
Totdat Oskar er plotseling genoeg van krijgt. Hij laat de bal doorrollen en gaat languit in het gras liggen. Rico schrikt er wel een beetje van.
'Wat is er, Oóóóscar?' roept hij ongerust. Met een paar sprongetjes staat hij weer bij zijn vriendje.
'O, Rico. Ik word zo moe van die brandende zon. Ik wou maar dat er bomen bestonden, waaraan ijsjes groeiden. We zouden daar de hele dag van kunnen eten en dan zouden we het niet zo heet hebben.'
Rico lacht.
'Ja, lééékker. IJsjes,' kakelt hij.
Oskar slaakt een diepe zucht.
'Maar zulke bomen bestaan nu eenmaal niet, zegt hij.'
Totdat Oskar er plotseling genoeg van krijgt. Hij laat de bal doorrollen en gaat languit in het gras liggen. Rico schrikt er wel een beetje van.
'Wat is er, Oóóóscar?' roept hij ongerust. Met een paar sprongetjes staat hij weer bij zijn vriendje.
'O, Rico. Ik word zo moe van die brandende zon. Ik wou maar dat er bomen bestonden, waaraan ijsjes groeiden. We zouden daar de hele dag van kunnen eten en dan zouden we het niet zo heet hebben.'
Rico lacht.
'Ja, lééékker. IJsjes,' kakelt hij.
Oskar slaakt een diepe zucht.
'Maar zulke bomen bestaan nu eenmaal niet, zegt hij.'

Reacties
Een reactie posten