'Ja hoor,' zei 't flatgebouw. 'Ook huizen niesen. Jullie hebben daar misschien nooit last van. Maar ik ben zo hoog dat ik altijd maar op de tocht sta. Ik vang alle wind en regen. Daarom maak ik steeds van die geluiden, want dan bibber en ril ik. Of ik klappertand, of hoest en kuch. En ik kan niesen dat jullie ruiten ervan gaan trillen, jullie hebben het zelf gezien...'

De huisjes vonden dat toch wel wat vervelend voor het flatgebouw. Want nu hun boosheid eventjes waren vergeten, leek hij hen misschien toch best wel aardig. Maar hoe konden ze hem helpen?
'Het is een probleem, zei één van de huizen. Hij is veel te groot om door ons beschut te worden. Misschien is de oplossing wel dat men andere hoge huizen om hem heen komt bouwen.

'Dat nooit!' riepen de andere huizen allemaal tegelijk uit.

'Ik heb een wel idee,' zei toen de alleroudste onder hen. Hij was het allereerste huis van het dorp geweest. Na hem waren de andere huizen ernaast en ertegenover komen staan. En nu na vele jaren was Rooddaken zoals het nu is.
'Luister dan goed,' zei hij.

Ga verder










































































Reacties

Populaire posts van deze blog