Voorzover hun stijve muren dat toelieten bogen alle huisjes naar hem over en luisterden.

'Het flatgebouw moet verwarmd worden,' ging hij langzaam verder. 'Hij heeft het koud en daarom maakt hij van die akelige geluiden. Wij zijn te klein om hem naar behoren te beschutten. Maar wat we wel kunnen doen is hem een grote jas en een hele lange das geven tegen de kou.'
Alle huisjes waren onder de indruk van de wijsheid van het alleroudste huis. En iedereen vond het een opperbest idee. Maar hoe moesten ze dat doen? Want huisjes konden dan misschien praten, maar breien... konden ze dat dan ook?

'Welnee,' zei het alleroudste huisje. 'Maar ik denk niet dat dat zo'n punt is. Binnenin ons krioelt het van de spinnen. Die hebben niets anders te doen dan dag in dag uit spinnenwebben te weven. Op den duur gaat dat wel een beetje vervelen, denk ik. Als we dus eens aan hen vragen of ze van dikke schapenwol een heerlijke warme das en een lange das willen breien. Dat zal ze vast een groot plezier doen.'


En ja hoor. Hij hoefde het niet eens nog een keer te zeggen. De spinnen kwamen onmiddellijk in optocht naar buiten en gingen aan de slag. En ze werkten zo hard dat de das en de jas al bijna halverwege af waren toen het weer donker werd. Alle huisjes van Rooddaken juichten.

En toen het flatgebouw nog voor de winter arriveerde de jas en de das cadeau kreeg was hij er reuze blij mee, dat begrijp je. Want die was toch wel heerlijk warm toen hij hem eenmaal aangetrokken had. En vanaf die dag nieste hij niet en bibberde hij niet en maakte geen vreemde geluiden meer. En zo was iedereen toch weer tevreden.

Tekst en illustraties: Tjade Witmaar, 1994










































































Reacties

Populaire posts van deze blog