‘Goed’, zegt Muis. ‘Dat had geen zin. Maar eigenlijk was dit nog maar het begin. Ik heb een plan: tel maar tot tien. Dan ben je er echt vanaf, je zult het zien.’ Muis gaat achter de deur staan en duwt die dicht. Hij trekt een lelijk gezicht en roept. Kroko komt er aan. Dan springt hij woest tevoorschijn en brult als een leeuw. Maar Kroko slaakt alleen een geeuw. Toch, stelt hij Muis gerust, schrok hij wel even. Alleen, die hik is wel gebleven. Muis stelt voor, een beetje benauwd: ‘En als je nou je adem eens inhoudt…’ Ga verder
‘Hallo’, roept Rik. ‘Daar ben ik dus. Ik kwam met de vroegste bus. Zo zie je: ik hou altijd woord. En dit is vast Kroko. Ik heb veel van je gehoord.’ Hij gaat zitten op een kruk. Die begint al zachtjes te klagen dat hij zo’n gewicht moet dragen. En dat is geen goede zaak. Maar wie luistert naar dat gekraak? ‘Je zult vast honger hebben’, zegt Muis. ‘Gelukkig hebben we het één en ander in huis.’ ‘Wat dacht je van een stuk worst?’ vraagt Kroko. ‘En heb je geen dorst…?’ Ga verder
Het scheelt maar een haar of de kruk van Rik zakt in elkaar. ‘Nou,’ zegt Rik. ‘Ik heb best wel trek. Maar niet teveel. Ik word wat dik.’ Nu blijft de kruk niet langer heel. Dat laatste woord is er net één teveel. Daar gaat Rik al naar de grond. Dat komt nou van zo'n grote mond. Ga verder
Reacties
Een reactie posten