Op een warme dag zijn Oskar en Rico voor het huis verstoppertje aan het spelen. Rico, die aan de beurt is, houdt zijn vleugels voor de ogen en telt tot tien. Dat duurt erg lang, want Rico kan nog helemaal niet zo goed tot tien tellen als Oskar. En zo heeft Oskar alle tijd om een goede schuilplaats te zoeken.
‘Goed’, zegt Muis. ‘Dat had geen zin. Maar eigenlijk was dit nog maar het begin. Ik heb een plan: tel maar tot tien. Dan ben je er echt vanaf, je zult het zien.’ Muis gaat achter de deur staan en duwt die dicht. Hij trekt een lelijk gezicht en roept. Kroko komt er aan. Dan springt hij woest tevoorschijn en brult als een leeuw. Maar Kroko slaakt alleen een geeuw. Toch, stelt hij Muis gerust, schrok hij wel even. Alleen, die hik is wel gebleven. Muis stelt voor, een beetje benauwd: ‘En als je nou je adem eens inhoudt…’ Ga verder

Reacties
Een reactie posten